GLOBALE LEVENSLOOP

Juist omdat de achtergrond van de schilder bepalend is voor het werk dat zij/hij maakt.

Al op de kleuterschool vielen haar tekeningen op en werden die regelmatig in de klas opgehangen. Ook later op de H.B.S. kreeg zij wel een negen op het rapport voor tekenen.
Toch begon zij pas met schilderen toen zij haar kantoorloopbaan in de kunstsector en haar nevenfunctie bij een live radioprogramma had beëindigd. 
Zij werkte als secretaresse, later chef de bureau, bij Het Nederlands Balletorkest, dat Het Nationale Ballet en het Nederlands Dans Theater begeleidde. 
Leerde daar haar echtgenoot kennen (Gerard van der Vlist, de eerste trompettist, tevens voorzitter van vele commissies binnen het orkest) en nadat zij samen door omstandigheden nog drie jaar het orkest hadden gerund, vonden zij het tijd iets voor henzelf te beginnen.
 
Geboeid als zij altijd al was door de vele schilderingen, die haar oudoom de familie had nagelaten (Piet Bakker v/h restaurateur en verdoeker bij het Rijks- en Stedelijk Museum te Amsterdam), ging zij pas toen een cursus olieverfschilderen volgen bij een plaatselijke kunstschilder en werd door hem wegwijs gemaakt inzake het gebruik van de verschillende materialen.
Hij vond haar onderwerpkeuze dermate verfijnd en arbeidsintensief, dat hij regelmatig stelde: “jij hebt engelengeduld”.
Zij kocht boeken over schilderkunst en heeft zich ook door museumbezoeken verder autodidact ontwikkeld.
Na enige jaren voorbereiding konden zij van hun hobby hun beroep maken en werd door hen een manegebedrijf in Limburg overgenomen. Haar paardenschilderijen hebben daar in de foyer al goede diensten gedaan.
Tijd om te schilderen was er echter niet en toen zij hun dochters Romanie en Larissa - die inmiddels meerdere malen op haar schilderijen voorkomen - tijdens hun middelbare schoolperiode meer aandacht wilden geven, hebben zij hun leven in Apeldoorn anders ingericht.
Van tijd tot tijd doet zij mee aan exposities: in december 2005 op uitnodiging voor de eerste maal,
t.w. de Expositie van Oude Ambachten in de Koninklijke Stallen van Paleis Het Loo.
 
Zij schilderde o.a. in opdracht en tot tevredenheid van de nabestaanden een portret van Martin Lusink, medeoprichter van modeconcern OGER, P.C. Hooftstraat, Amsterdam, en broer van modegigant Oger Lusink (welke laatste overigens haar eerste echtgenoot is en in welke periode haar gevoel voor kleurgebruik uiteraard nog is versterkt).
Eerder heeft zij al getracht het portret van Rembrandt met halsberg uit 1629 zoveel mogelijk te benaderen.
De mystiek, die Rembrandt met zijn schitterende lichtinval naar voren wist te toveren, mede door de kunst van het weglaten, met daarbij de verhalende factor in zijn schilderijen en zijn karakteruitbeeldingen, vindt zij helemaal geweldig.
Door vakmensen is haar meerdere malen gezegd dat zij een heel eigen stijl heeft opgebouwd en dat haar schilderijen foutloos zijn. Een vrij bekende fijnschilder heeft haar dan ook afgeraden les te nemen. Toch heeft zij - teneinde kennis te nemen van allerlei technieken - nog ruim een jaar geschilderd bij een kunstenares, die bij veel verschillende schilders lessen heeft gevolgd.
Zelf had zij in de jaren tachtig al aan meerdere mensen les gegeven en nadat zij daarvoor door een schildersgroepje werd gevraagd, heeft zij daarmee weer een aanvang gemaakt. Dat werkt natuurlijk heel stimulerend en is ook gewoon heel erg gezellig.